Posts tonen met het label lies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lies. Alle posts tonen

maandag 31 december 2007

The shadows in the cave (The power of nightmares)

http://video.aol.com/video-detail/the-power-of-nightmares-nederlands-deel-3-the-shadows-in-the-cave/1057936734

‘Shadows in the cave’ is het derde deel van de documentairereeks ‘The power of nightmares’. Deze reeks verdiept zich in de politiek van angst en terreur, zoals die gevoerd wordt door de Amerikaanse neo-cons en het islamisme. In een wereld waar het ideologisch discours over een betere wereld niet meer wordt geloofd, is een donker en angstaanjagend toekomstbeeld in de plaats gekomen. Politici trachten hun macht en autoriteit van weleer te herstellen door zich op te werpen als beschermers van het volk. ‘Shadows in the cave’ tracht te achterhalen hoe de mythe van het wereldwijde al Qaeda-netwerk tot stand kwam. Wat is het nut van zulke mythes, door wie werden ze uitgevonden en wie profiteert ervan? De documentaire somt de leugens en vertekeningen op van de regering Bush. Hieronder volgt een samenvatting.

‘Those with te darkest nightmares, became the most powerfull’.

De documentaire begint bij het ontstaan van al Qaeda. Alhoewel de grote massa dit leerde kennen met de aanslagen op 11 september 2001, dook de naam reeds vroeger op in Amerika. Een rechtzaak rond de aanslagen in Kenia en Nairobi in 1998, concludeerde dat dit het werk was van een wereldwijd netwerk ‘al Qaeda’ genaamd. Aan de top hiervan stond Osama Bin Laden. De documentaire beweert echter dat dit netwerk uitgevonden was om Bin Laden te kunnen veroordelen. Zodra er sprake is van een criminele organisatie, is het genoeg om lid hiervan te zijn om ook vervolgd te worden. En dus werd het al Qaeda netwerk verzonnen om Bin Laden (die niet aanwezig was op het proces) te veroordelen. In werkelijkheid zou Bin Laden niet meer zijn dan een fanatieke enkeling die slechts op weinig steun kon rekenen en die zeker geen zeggenschap had over islamitische milities. Wel was hij een vooraanstaande geldschieter die, omwille van zijn genereuze giften, aanspraak kon maken op leden van trainingskampen voor zijn eigen activiteiten. Er was dus niet zoiets als één netwerk onder het toeziend oog van Bin Laden. Niet in tijde van het proces, in januari 2001, en niet in september 2001. Een eerste grote leugen rond de war on terror, werd de wereld in gestuurd.

Wanneer de aanslagen op de Twin Towers hadden plaats genomen, had de regering een schuldige nodig. Die vond die al snel in het netwerk dat zij enkele maanden daarvoor zelf had uitgevonden. Bin Laden, als hoofd van het netwerk, werd verdachte nummer één. Door de oorlog tegen het terrorisme werden extremistische enkelingen als hem in het Midden-Oosten plotseling zeer zichtbaar en hier en daar ook zeer populair. Zawahiri die tijdens de jaren 80 en 90 in het Midden-Oosten een islamitische revolutie trachtte te ontketenen, maar hierin mislukte, genoot tevens van het onverwachte succes die de war on terror voor hem met zich mee bracht. De aanslagen bewezen wat Zawahiri reeds dacht: om de massa te mobiliseren moest hij zich niet op nabije regimes richten, maar op het verre Westen.

Al waren de aanslagen van 9/11 een daad van een zeer kleine groep fundamentalisten, het nieuws ging de wereld rond dat waarschuwde voor een enorm groot netwerk dat het Westen met haar burgers wou verwoesten. Niet dat de VSA geen reden hadden tot ongerustheid, maar het hele verhaal werd opgeklopt en aangedikt tot een spectaculair verhaal dat angst en paniek zaaide onder de bevolking die geloofde dat de wereld elk moment tot ontploffing kon worden gebracht.

Het getraumatiseerde en angstige volk eiste gerechtigheid en de neoconservatieve fractie van de regering zag haar kans om van Amerika terug een imperialistische macht te maken. Afghanistan, die op vraag van de VSA Bin Laden niet wou uitleveren, werd binnengevallen en de Taliban werd – om de zaken niet te complex te maken – gelijk gesteld aan al-Qaeda en van tafel geveegd. Vele leden van de Taliban werden gedood, anderen werden opgepakt. Allemaal omdat zij lid waren van een wereldwijd netwerk dat in feite niet eens bestond.

Eén van de eerste gebeurtenissen die erop wezen dat de regering de zaken erger had voorgesteld dan dat ze in werkelijkheid waren, waren de arrestaties van verschillende zogenoemde slapende cellen die achteraf onschuldige groeperingen of families bleken te zijn. Deze slapende cellen waren volgens de overheid vertakkingen van al Qaeda, die verspreid waren over 60 landen waaronder ook de VSA. Maar vele mensen waren onschuldig toen ze beticht werden van lidmaatschap hiervan. Zo werd de Detroit-cell geklist op basis van videobeelden die toonden hoe een groep moslimjongeren genoot van hun trip naar Disneyland. Wat overduidelijk een toeristisch filmpje is, werd geklasseerd als een film ter voorbereiding van een terroristische aanslag. Zo kwam er even een vuilnisbak in beeld, … toevallig droppen terroristen vaak hun bom in een vuilnisbak. Een ander fragment toont een camera die per ongeluk nog draait wanneer mensen op straat rondlopen. Je ziet niets meer dan een schaduw van een voetganger die op een trottoirs loopt, maar volgens de overheid toonde het een schaduw van een terrorist die filmt hoeveel passen twee strategische punten uit elkaar liggen. Kortom, een onschuldige groep jongeren uit Detroit werd vals beschuldigd van het beramen van een aanslag… . Het bewijs werd – volgens de overheid- ook geleverd door het onschuldig karakter van de film. De terroristen hadden de sfeer met opzet zo gecreëerd dat het lijkt alsof ze onschuldig het attractiepark bezochten en hierdoor werd ook dit bewijs. Uiteindelijk werd toegegeven dat zij onschuldig waren, maar dit haalde nooit het grote nieuws. Nog vele andere gelijkaardige voorbeelden zijn er te vinden. Of deze met opzet opgepakt zijn valt sterk te betwijfelen, eerder kan er vanuit gegaan worden dat, door de paniek en angst die er onder de bevolking - en dus ook het politiekorps- leefde, de politie en inlichtingendiensten overdreven reageerde op nietsbetekenende feiten.

Dit soort overdreven reacties en snelle veroordelingen zonder voldoende bewijzen is wat men in de documentaire omschrijft als het paradigma van preventie en is een gevolg van een politiek rond angst. Alles wat denkbaar is, wordt in het discours geworpen. Regeringen moeten op alles voorbereid zijn wat denkbaar is en bewijslast doet er niet meer toe. Wanneer iets denkbaar is, is het mogelijk en moet het voorkomen worden. Regeringen kunnen daarom beslissingen nemen zonder zich te moeten verantwoorden. Daarenboven gaan regeringen die een politiek van angst voeren uit van de drievoudige ontkenning die zegt dat het niet beschikken over bewijslast niet wil zeggen dat je geen actie moet nemen. Als dat de reden wordt, krijgt de regering volledig vrij spel! Voor een grootmacht als Amerika, die beschikt over een wijd verspreid netwerk van economische, politieke en militaire belangen is dat bijzonder gevaarlijk. Zeker als men weet dat verschillende regeringsleden van die grootmacht er imperialistische dromen op na houden.

Terwijl bovenstaande paragrafen betogen dat de Amerikaanse overheid (en andere overheden) zaken heeft overdreven en vertekend, zijn er ook flagrante leugens verspreid. Het voorbeeld bij uitstek is nog steeds Irak en de massavernietigingswapens waarover het zou beschikken. In de documentaire is meerdere keren te zien hoe officiële regeringsleden zoals Bush en Perle verschillende keren deze leugens letterlijk verspreiden en hoe zij woord voor woord beweren dat Saddam Hoessein banden had met al Qaeda en dat er hiervoor bewijzen voorhanden zijn. Ondertussen weten we allemaal dat daar niets van aan was.

Documentaires als deze, die wijzen op de leugens en onwaarheden die een regering verspreid, zijn in grote aantallen terug te vinden, en alhoewel ook deze informatie niet blindelings geloofd mag worden is het belangrijk dat ze voorhanden is. Het functioneert als een tegengewicht voor het discours van de Amerikaanse regering dat lange tijd blindelings overgenomen werd door de bevolking, de media en andere regeringen. Het herstelt het evenwicht in de visies die er over terrorisme bestaan. Het is dus belangrijk dat deze documentaires hun weg vinden naar het volk. Met deze documentaire was dat zeker het geval aangezien die op de BBC is getoond geweest.

Een ander belangrijke meerwaarde van deze documentaire is dat ze wijst op de macht die de Amerikaanse politiek in handen kreeg dankzij dit discours. Ze kreeg bijvoorbeeld toegang tot enorme budgetten om de strijd aan te gaan met een vijand die zij zelf hadden uitgevonden – in de documentaire een phantom enemy genoemd. Ze kreeg de mogelijkheid haar eigen organisatie te herorganiseren om de departementen beter af te stemmen op de strijd tegen het terrorisme (denk maar aan de herstructurering van USAID, dat nu ook een bevoegdheid is van het ministerie van Buitenlandse Zaken). Nog dankzij deze overdrijvingen en leugens is ze Afghanistan én Irak kunnen binnenvallen en heel even leek het alsof Iran ook op het lijstje stond. Recentelijk is ook uitgekomen dat de Amerikaanse regering over dat laatste land leugens verspreid heeft. Ook het hierboven vermelde paradigma van preventie en de drievoudige ontkenning geven een regering een grote macht, daar zij zich niet meer moet verantwoorden voor haar daden en beslissingen.

Kortom, de regering heeft dankzij haar politiek rond angst enorm veel macht gekregen. Voor een land als Amerika, dat reeds een grootmacht is en daarboven militair de machtigste is ter wereld, is het belangrijk dat deze zaken aan het licht komen. Documentaires als deze kunnen hiertoe bijdragen en hebben de mogelijkheid de kijker te wapenen tegen dit soort discours en de gevolgen die hieruit voortkomen.

Gudrun Mostmans

Bespreking ‘I'm an American tired of American lies’ door Woody Harrelson

Geen van de woorden ‘lies’, ‘war’ en ‘empire’ heeft heden een positieve bijklank in de oren van de meeste mensen. Zeker als het gaat over het beleid van de regering van een bepaald land, zijn dit geen begrippen die vertrouwen opwekken, of de indruk wekken dat het om een stabiel beleid gaat. Deze drie termen komen echter steeds vaker voor in verband met het binnenlandse en buitenlandse beleid van de Verenigde Staten. Leugens over massavernietigingswapens in Irak, desinformatie en censuur in de media. Oorlog in Afghanistan en Irak, en dreigende taal aan het adres van Iran en Syrië. De VS is zich bewust van zijn positie als militaire wereldmacht, en technologische koploper. Het land lijkt zich het recht te hebben toegeëigend zich overal ter wereld te mengen in lokale politiek en conflict, onder het mom van de bescherming van de Amerikaanse of internationale belangen. Deze inmenging, die sinds de start van de war on terror steeds ingrijpender lijkt te worden, kan verschillende vormen aannemen. Zowel binnen als buiten de VS lokt een dergelijke politiek uiteraard reacties uit. De dominantie van de VS binnen de wereld is momenteel een feit, maar de legitimiteit van de door de VS gevoerde politiek kan en moet wel in vraag gesteld worden.

This is a racist and imperialist war. The warmongers who stole the White House (you call them "hawks", but I would never disparage such a fine bird) have hijacked a nation's grief and turned it into a perpetual war on any non-white country they choose to describe as terrorist.

Woody Harrelson is één van de Amerikaanse acteurs (naast Sean Pen, George Clooney e.a.) die kritisch stonden en staan ten opzichte van de huidige buitenlandse politiek die gevoerd wordt door de VS, in casu de oorlog tegen Irak. In oktober 2002 schreef Harrelson een opiniestuk in The Guardian, een van de meer links georiënteerde kranten van Groot Brittannië, onder de titel ‘I'm an American tired of American lies’. De auteur bekritiseert hierin niet enkel de oorlogsstrategieën van de VS in Irak en daarbuiten, maar ook veel breder, de rol van Amerika binnen het globaliseringsproces en de wereldpolitiek. Ook over de binnenlandse situatie schrijft hij enkele scherpe paragrafen.

War

Aangaande de oorlog tegen Irak geeft Harrelson op drie vlakken kritiek. Ten eerste stelt hij in vraag of de VS de oorlog wel om legitieme redenen begonnen zijn. Ten tweede bekritiseert hij de gebruikte strategieën, die aan hun doel voorbij gaan en buiten proportie zijn. Als laatste bekijkt hij meer algemeen de overheidsuitgaven aan defensie.

Legitimiteit is een zeer belangrijke factor in dit soort oorlogen. De publieke opinie heeft weldegelijk een invloed op het gevoerde beleid. Naast de bewering dat de oorlog in Irak onrechtvaardig was, geeft Harrelson vooral kritiek op de initiële strategie van luchtbombardementen en handels- en hulpembargo’s die onvermijdelijk de gewone bevolking meer treffen dan de machthebbers. Proportie is erg belangrijk in de vraag naar legitimiteit. De vraag naar proportie geldt ook voor de overheidsuitgaven aan defensie. De VS geeft meer uit aan militair materiaal dan alle andere landen te samen. “Over the past 30 years, this amounts to more than ten trillion dollars. Imagine that money going to preserving rainforest or contributing to a sustainable economy (as opposed to the dinosaur tit we are currently in the process of sucking dry).”

Lies

Naast de leugens over onder andere massavernietigingswapens, die de oorlog tegen Irak moesten legitimeren, kunnen we nog twee categorieën van leugens onderscheiden. Ten eerste is er de censuur op de media. Deze neemt twee gedaanten aan: de media bieden slechts een zeer beperkt podium voor stemmen van kritiek en alternatieve visies. Hiernaast zien we een zeer eenzijdige berichtgeving, vooral in geval van conflict. “In the US, God forbid you should suggest the war is unjust or that dropping cluster bombs from 30,000ft on a city is a cowardly act. When TV satirist Bill Maher made some dissenting remarks about the bombing of Afghanistan, Disney pulled the plug on him. In a country that lauds its freedom of speech, a word of dissent can cost you your job.”

Ten tweede wordt zelden of nooit een link gelegd met het verleden. De afwezigheid van een historische dimensie maakt elke poging tot conflictanalyse waardeloos en maakt het in stand houden van een slachtofferrol makkelijker. Het gebrek aan goed geschiedenisonderwijs in Amerikaanse scholen zorgt ervoor dat de bevolking dit verzwijgen moeilijk kan doorprikken of vergelijkingen kan maken met precedenten en alternatieven. “The fact is that Saddam Hussein was our boy. The CIA helped him to power, as they did the Shah of Iran and Noriega and Marcos and the Taliban and countless other brutal tyrants. The fact is that George Bush Sr continued to supply nerve gas and technology to Saddam even after he used it on Iran and then the Kurds in Iraq.”

Empire

Uit dit opiniestuk van Woody Harrelson, dat vooral handelt over lies en war, kunnen we ook een kritiek op Amerikaans imperialisme destilleren. De auteur merkt op dat Amerikaanse inmenging in de politiek van de rest van de wereld nefaste gevolgen heeft en heeft gehad voor de plaatselijke bevolking, maar indirect ook voor de Amerikaanse bevolking, wiens belastinggeld gebruikt werd voor het opbouwen van het militaire arsenaal. Terwijl de VS zich het recht heeft toegeëigend overal, op alle niveaus, te interveniëren en zich boven verdragen als nonproliferatie en Kyoto achten, is de binnenlandse situatie echter niet houdbaar en zal er verandering in de binnenlandse en buitenlandse politiek moeten komen. De hedendaagse focus op veiligheid en defensie zal op termijn moeten wijken en er zal meer aandacht moeten komen voor onderwijs en gezondheidszorg, verantwoorde economie en hernieuwbare energie.

Opiniestuk uit The Guardian, 17 oktober 2002

Online op: http://www.guardian.co.uk/g2/story/0,3604,813189,00.html

Tine Vekemans

zondag 30 december 2007

Disinformation : The Use of False Information

In zijn artikel onderscheidt James Fetzer verschillende soorten van desinformatie :

- Men kan opzettelijk slechts een deel van de beschikbare informaties selecteren.

- Men kan bewijzen verzinnen.

- Men kan een geschipperd beeld van hinderlijke argumenten of onderzoeken aangeven.

- Men kan de auteurs of de uitgever van diezelfde onderzoeken bekritiseren.

- Men kan belangrijke tegen argumenten negeren.

De auteur onderstreept dat desinformatie gebruikt wordt om een specifiek doel te bereiken. Onder de leugen ligt er een verborgen agenda. Ter conclusie geeft Fetzer een algemene definitie van desinformatie : “the deliberate dissemination of false information by persons who may or may not receive compensation but who have a specific agenda to counter truth. To call someone “an agent of disinformation” implicates both them and their agenda.”

Waarom is het van groot belang om de omtrekken van desinformatie te leren kennen ? Als jullie het voorbeeld van de oorlog in Irak nemen, komt het antwoord op deze vraag van zichzelf. We zijn allemaal betrokken bij desinformatie. Elk dag in de media krijgen we de samenvatting van de grootste actualiteitsfeiten en vooral de actualiteit uit invloedrijke landen. Omdat journalsisten wenig tijd hebben om hun echte beroep uit te oefenen (onderzoeken) voldoen zij zich met de herhaling van de woorden van de ene en de andere. Als men elk dag op het televisie scherm ziet dat de Verenigde Staten goeie redenen hebben om Irak aan te vallen, wordt deze informatie meer en meer waarschijnlijker. Hier breekt onze verantwoordelijkheid aan. Desinformatie is een wapen dat op de publieke opinie is gericht. Wie geraakt wordt, verliest zonder het te weten een deel van zijn burgerlijke verplichtingen. Want in onze democratische maatschappijen is de bevolking het grootste tegenwicht van de economische en politieke nomenclatura. De bevolking moet zijn rol spelen en aandachtig blijven voor de gespannen valstrikken. Volgende goede raadgevingen kunnen helpen in de strijd tegen desinformatie.

- De geschiedenis kennen is één van de voorwaarden om over de waarachtigheid van toespraken te kunnen oordelen. Het verleden biedt ons nuttige elementen om de huidige toestanden en de toekomstige acties uit te leggen.

- Het opzoeken van een zoveel mogelijk aantal bronnen is noodzakelijk. Zo zullen de verschillende standpunten van de partijen in het geding komen. Dat kan onze kennis van een problematiek versterken.

- Desinformatie wordt gekenmerkt door het bestaan van een agenda. Dankzij de twee eerste raadgevingen is er al wat materiaal voorradig om zich de juiste vragen te stellen. Heeft een groep mensen er zelf belang bij om een specifieke beleid te voeren ? Ofwel zou de geplande interventie van algemene nut zijn ? Wees niet passief !

- Discussiëren met vrienden (of wie dan ook) over onze gedachten of onze allerlaatste ontdekkingen draagt bij tot een objectief beeld van de problematiek. Een sociale band tussen elkaar behouden leidt ook tot een versterking van de macht van de bevolking.

- Nog dit : als iets te eenvoudig lijkt, ga verder in uw onderzoeken.

Renaud Deworst

FETZER, James (2004), Disinformation : The Use of False Information.

Les pros de la propagande

Wat is slechter dan oorlog voeren ? Een oorlog voeren zonder de steun van de bevolking ! Reeds voordat soldaten hun families verlaten en ook terwijl zij vechten tegen de vijand en nadat zij thuis teruggekomen zijn, speelt zich tegelijkertijd een totaal andere strijd af in de “public relation” kantoren, onderzoekscentra (think tanks) en pas opgerichte lobby’s. Deze laatsten achtervolgen maar één doel : de oorlog verkopen.

Het artikel van Vincent Jauvert, journalist bij het Franse weekblad “Le Nouvel Observateur”, beschrijft de marketing rond de oorlog in Irak. In het proces om de massa’s te overtuigen van het goede doel van deze oorlog waren heel wat actoren bij betrokken die hun rol ieder op hun beurt hebben gespeeld. Hun werkwijze kan in drie achtereenvolgende stappen verdeeld worden.

Eerst en vooral heeft een nieuwe lobby ervoor gezorgd dat een wereldwijd debat ontstond over de noodzaak van een verschuiving van het regime. Eind 2002 werd het “Committee for the Liberation of Iraq” opgericht. De omverwerping van Saddam Hussein bevorderen, was de officiele doelstelling van het comité dat bestond uit intellectuelen, industrielen en politucus (onder wie de plus à droite persoonlijkheden van de Republikeinse Partij). De organisatie die een woonruimte naast The Congress in Washington had gevonden, nodigde journalisten, raadsmannen van de President en specialisten van het Midden-Oosten uit om hun visie over Irak te verspreiden. De gebruikte argumenten waren steeds in dienst van de oorlogszuchtige theoriën van dit lobby maar ontbraken niet aan de wetenschappelijke basis. Het ironisch genoemd “Committee for the Invasion of Iraq” werkte samen met ultraconservatieve onderzoekscentra (think tanks) die dezelfde ideeën verdedigden. Het probleem was dat het lobby en zijn medewerkers slechts een deel van de beschikbare informaties selecteerde. Dit leek meer op propaganda. Als men hierop achteruitkijkt, blijkt deze beschuldiging niet onvoorstelbaar. In vroegere tijden heeft de oprichting van lobby’s al goeie resultaten opgeleverd, bij voorbeeld vóór het eerste Golfoorlog. De aanpak van de toenmalige drukkingsgroep (Citizens for a Free Kuwait) was dezelfde als het “Committee for the Liberation of Iraq”. Het is al lang bewezen dat de leden van dat lobby verkeerde of zelfgemaakte inlichtingen hebben verspreid.

Naast de lobby’s en als tweede fase in het plan komt een officiele instelling in actie : the Office of Global Communications. De office coördineerde en versterkte de berichten (of de propaganda) van de Amerikaanse administratie. Met weapons of mass communication had het de opdracht om de hele wereld te overtuigen dat Irak beschikte over weapons of mass destruction.

De derde stap is alleen noodzakelijk als er nog twijfelachtige publieke opinies blijven bestaan. Hier zijn alle middelen veroorloofd : demonstraties op de been zetten (ook in het buitenland) of valse getuigenissen aan het licht brengen. Dat was het job van de Office of Strategic Influence die met de Pentagone verbonden was. Zijn officiele leven was kortstondig maar clandestiene acties blijven duren.

Wat een doeltreffende tactiek ! De Bush administratie heeft nooit kunnen bewijzen dat Irak een onmiddelijke gevaar voorstelde. Dankzij een goed voorbereide mediatische campagne heeft de President toch aan het langste eind getrokken. Zijn leugens hebben hem genoeg steun van de bevolking en van verschillende landen bezorgd. Hoe is dat mogelijk ? Wil Bush dit soort vrijheid in Irak vestigen ? Is dat democratie ofwel pseudocratie ?

De Boys zijn nu al een paar jaren aanwezig in Irak en steeds minder mensen geloven de President. Maar het kwaad is geschied en niet alleen in Irak. De media, vooral in de Verenigde Staten maar ook in andere Westerse landen, hebben hun rol van waakhonden niet gespeeld. Zij hebben de propaganda van Bush zonder verdere gemoedstoestanden verspreid. De vierde macht is een deel van zijn geloofwaardigheid kwijt. We kunnen ons trouwens afvragen of kranten, radio en televisie nog de onontbeerlijke taak van tegenwicht kunnen opeisen.

Renaud Deworst

http://hebdo.nouvelobs.com/hebdo/parution/p20030213/dossier/a120395-les_pros_de_la_propagande.html

zaterdag 29 december 2007

Monopoly Media Manipulation

Egon Gussé
29/12/2007

In mijn vorige bijdrages heb ik het gehad over de invloed van leugens. Leugens zijn natuurlijk niets waard zolang ze de bevolking niet bereiken. Daarom wil ik me nu buigen over de rol van de - laten we hopen - vooral Amerikaanse media in de verspreiding van verkeerde of onvolledige informatie. Omdat Parenti in zijn lezing de pers een aantal keer een veeg uit de pan geeft, wou ik zijn visie wel eens horen. Deze post is dan ook gebaseerd op één van zijn - nogal vulgariserende - artikels, nl. "Monopoly Media Manipulation".

Tijdens zijn lezing vaart Parenti plots uit tegen de mediamagnaat Rupert Murdoch. Daarom heb ik als inleiding eens gekeken naar wat die Rupert Murdoch allemaal misdoet in de ogen van progressief Amerika. Nogal wat zo blijkt, zo schrikt hij er bijvoorbeeld niet voor terug om de media naar zijn pijpen te doen dansen. Dankzij de lakse Amerikaanse mediawetgeving heeft hij immers een indrukwekkend media-imperium uitgebouwd (http://www.americanprogress.org/issues/2004/07/b122948.html) waarvan de cijfers behoorlijk onthutsend zijn: Murdochs satellieten zenden in vijf continenten programma's uit en zijn de belangrijkste in Groot-Brittanië, Italië, delen van Azië en het Midden-Oosten. Hij publiceert niet minder dan 175 (!) kranten/tabloids waaronder The New York Post, The Wallstreet Journal, The Times en The Sun. In de V.S. is hij ook de baas van 20th Century Fox Studio, Fox Network en nog zo'n 35 zenders, wat in totaal goed is voor 40% van het Amerikaanse marktaandeel (2004). De macht die Murdoch over de media heeft is dus gigantisch. Niet voor niets stond hij ook dit jaar weer op de tweede plaats in Fortune's lijst van meest machtige zakenmensen (http://money.cnn.com/galleries/2007/fortune/0711/gallery.power_25.fortune/2.html). Helaas gebruikt hij die macht ook voor zijn eigen profijt, soms met verregaande gevolgen. Murdoch staat immers bekend als een uitgesproken rechts, conservatief persoon. Zo sprak hij in de aanloop naar de oorlog in Irak bijzonder lovend over Bush en Blair. De eerste handelde in zijn ogen zeer correct en moreel verantwoord, de tweede was "full of guts". En terwijl Bush en Blair ten allen tijde ontkenden dat de invasie rond oliebelangen draaide, zei Murdoch doodleuk dat de invasie voor goedkopere olieprijzen zou zorgen. Iets waar hij trouwens zeer enthousiast over was: de prijs voor een vat olie naar 20$ krijgen was volgens hem het beste wat de wereldeconomie kon overkomen (http://www.americanprogress.org/issues/2004/07/b122948.html). Het wekt dan ook geen verbazing dat bij het begin van de oorlog alle 175 kranten van Murdoch zich achter Bush en Blair schaarden (http://www.guardian.co.uk/Iraq/Story/0,2763,897015,00.html).

Parenti heeft dus blijkbaar geen ongelijk wanneer hij in het begin van zijn artikel zegt dat de media al te vaak de dominante officiële ideologie (meestal die van de geldschieters)reflecteren. Hij merkt terecht op dat diezelfde media ondertussen blijven verklaren dat ze vrij en onafhankelijk te werk gaan, een objectief beeld scheppen en kritische commentaar afleveren. Ze geven wel toe dat er af en toe onnauwkeurigheden in de berichtgeving sluipen maar dit is volgens hen inherent aan de journalistiek. Met andere woorden: er zijn onvolkomenheden maar ze zijn niet het gevolg van een systematische aanpak. Een kritische buitenstaander durft dan al eens de wenkbrauwen te fronsen, want hoe verklaart men dan dat Murdochs kranten in 2003 stuk voor stuk de mening van de overheid verkondigden? Dit klakkeloos kopiëren is maar één van de tactieken die de media toepassen, in de rest van zijn artikel stelt Parenti de meeste gebruikte manipulaties op een rijtje. Ik stel voor dat we die even onder de loep nemen.

Een eerste mechanisme is het weglaten van bepaalde elementen van het verhaal of eventueel zelfs het verzwijgen van het hele verhaal. Het veel gehoorde verwijt dat de pers te sensationeel en aanvallend is, klopt daarom niet helemaal. In veel gevallen worden - voor de overheid - vervelende zaken met de mantel der liefde bedekt. Zelfs monumentale gebeurtenissen kunnen in de vergetelheid raken. Parenti bewijst dit aan de hand van de Indonesische militaire coup (1965) die door de V.S. gesteund werd en die zeker aan 500.000 mensen het leven heeft gekost. Vreemd genoeg duurde het maar liefst drie maand voor het verhaal in de V.S. gepubliceerd werd.

Wanneer het verzwijgen van feiten faalt, kiezen de media vaak voor de frontale aanval. Ze stellen daarbij alles in het werk om het verhaal in diskrediet te brengen. Dit kan tot op het randje van toelaatbare gaan en indien nodig verspreidt men flagrante leugens.

Een andere courante praktijk is het toekennen van labels aan nieuwsitems. Het label verschaft het onderwerp dan bepaalde kenmerken die de aandacht van andere eigenschappen afleiden. Naast labels met een positieve connotatie zoals "hervormingen" (want deze betekenen vooruitgang) en "de vrije markt" (want die werkt helend), zijn er natuurlijk ook negatieve zoals "linkse guerrilla", "Islamitisch terrorisme" etc.

Het vernauwen van de context is eveneens een mogelijkheid. Dit principe is behoorlijk simpel: men vertelt enkel de oppervlakkigheden en de gevolgen, maar men gaat niet dieper in op het groter plaatje en de substantiële oorzaken. Zo zullen we bijvoorbeeld veel te weten komen over de gevolgen en het verloop van stakingen maar veel minder over wat de substantiële beweegredenen zijn. Hetzelfde gebeurde bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2000 in Florida: daar gingen de media er al te makkelijk vanuit dat Bush gewonnen had. Het onderzoek dat naar de legitimiteit van de verkiezingen liep kreeg nauwelijks aandacht. Het vernauwen van de context kan op zijn beurt gekoppeld worden aan de ongelijke aandacht die de pers aan alternatieve visies geeft. In veel gevallen krijgen tegengestelde visies niet evenveel mogelijkheden om hun versie te verkondigen. Natuurlijk is het steeds de officiële versie die de meeste aandacht zal krijgen. Wanneer het dan toch eens lukt om een dissidente mening te verkondigen, dan wordt deze gemakshalve genegeerd en gaat men er niet dieper op in.

Ook het kader waarin een nieuwsitem wordt gebracht speelt een grote rol in de perceptie. Volgens Parenti is het zelfs de meest effectieve propaganda. Door te spelen met de intonatie, de achtergrond(muziek), kleuren, de plaats in het journaal enz. dringt men de toeschouwers/lezers onmiddellijk een mening op. Het alwetende toontje van de nieuwsankers kan die claim nog versterken.

Het gebeurt meer dan eens dat de media klakkeloos overnemen wat de overheid zegt. De media zijn in dat geval niet meer dan een doorgeefluik naar de bevolking. Dit was bv. het geval in de kranten van Murdoch. Wie zich hiertegen verzet wordt opnieuw de grote boeman, de media willen immers ten allen tijde hun aura van objectiviteit behouden.


Conclusie:
Als we de media mogen geloven dan gebeuren dingen "zomaar". Ze stellen zich haast nooit de vraag waarom dingen gebeuren. Personen die dit toch doen vinden daardoor bijna geen (populaire) fora om hun mening te ventileren. Iemand als Parenti trekt daar polemische conclusies uit: volgens hem doet de media hun werk voortreffelijk want het is al lang hun bedoeling niet meer om de waarheid te vertellen. Het is hun job om onder het mom van betrouwbaarheid desinformatie te verschaffen. De discussie moet daarom ook niet gaan over de fouten in de media, maar over de manier waarop de media er toch in slagen om het dominante paradigma te bijven.



Bronnen:

Four Bloody Lies of War

Wat volgt is informatie uit een artikel van de Colombus Free Press, die nieuws biedt onder de slogan “Speaking truth to power”. Ik neem dit artikel als vertrekpunt omdat het een basisvisie geeft op het Amerikaanse beleid. Het artikel werkt de verschillende aangehaalde voorbeelden niet uit (helaas), maar zet een aantal belangrijke historische kwesties op een rijtje, die de lezer uitnodigen om verder te lezen over het onderwerp en een kritische blik te werpen op een aantal voorgeschotelde “waarheden”.

De Free Press kwam voort uit de anti-oorlogsbeweging op de campus van de Ohio State University in Colombus (1970). De krant rapporteert dus vanuit een links geïnspireerde visie. De auteur van dienst is Harvey Wasserman: auteur, journalist en activist. Het artikel is kort en bondig, weinig onderbouwd met bewijzen of verwijzingen, maar het is dan ook een krantenartikel waar uiteraard geen voetnoten in thuis horen. Wasserman wil het internationaal beleid van de VS aanklagen, en dan vooral haar interventie/oorlogszucht. De VS, zegt Wasserman, hebben de voorbij eeuw reeds tal van leugens gebruikt om ten oorlog te trekken. Irak is slechts één geval in het rijtje. Wat met de Amerikaanse aanvallen op Cuba in 1898, de VS-interventie in de Wereldoorlog I in 1917 en haar interventie in Vietnam in de jaren 1960?

Anno 1898: Puerto Rico, Cuba en de Filipijnen staan op tegen de Spaanse overheersing. Hearst en Roosevelt vragen om Amerikaanse interventie. Wanneer het oorlogsschip Maine vervolgens de haven van Havana bereikt, wordt het plots opgeblazen, waarbij ongeveer 250 Amerikanen de dood vinden. Spanje krijgt de schuld toegewezen en de hel breekt los. Puerto Rico wordt door de VS geannexeerd, in Cuba en de Filipijnen worden coloniale regimes geïnstalleerd. Guerrilla’s blijven strijden, een anti-imperiale beweging richt zich op. Tal van doden vallen.

Nieuwe technologie heeft echter aangetoond dat de Maine van binnen uit opgeblazen werd, zij het door een defecte boiler, zij het door vergissing met de munitie, maar zeker niet door een Spaanse mijn of torpedo. De Spaans-Amerikaanse Oorlog is er dus gekomen op grond van een grove leugen.

In 1915 laten de Duitsers, als onderdeel van een blokkade tegen Groot-Brittannië, het passagiersschip Lusitania zinken, op haar weg van New York naar Londen. Meer dan duizend mensen sterven. Woodrow Wilson beschuldigt Duitsland van het schenden van het internationaal recht. De Duitsers van hun kant beweren dat de Lusitania wapens meevoerde en dat bijgevolg Duitsland geheel in haar recht was het schip te laten zinken. Onder druk van de Amerikaanse bevolking, die niet ten oorlog wilt trekken, trekt Wilson de troepen uit Mexico terug en werpt hij zich in 1916 op als “vredeskandidaat” met de slogan “He Kept Us Out of War”. In April 1917 echter, sleurt Wilson de VS in de oorlog, met de Lusitania-kwestie als dekmantel. Meer dan 100.000 Amerikanen sterven.

Duikers hebben recent de Lusitania teruggevonden, haar romp vol illegale bewapening. Het schip had inderdaad het internationaal recht overtreden en Wilson heeft dus op basis van “faulty intelligence” de VS de oorlog in geduwd.

Vietnam dan. Zoals algemeen geweten hebben de VS de 1956-verkiezingen aldaar tegengewerkt om zo Ho Chi Minh en het communisme de kans te ontnemen de macht te grijpen. Toen Noord-Vietnam zogezegd twee Amerikaanse schepen onder vuur nam in de Golf van Tonkin, ging de bal helemaal aan het rollen (letterlijk in het artikel: In 1964 North Vietnamese allegedly fired on two US ships in the Gulf of Tonkin*). President Lyndon Johnson gebruikte de incidenten als lokmiddel om het Congress te overtuigen ongelimiteerde interventie goed te keuren. Tegen 1967 waren reeds 550.000 Amerikaanse troepen aanwezig in Zuid-Oost-Azië. De Vietnam-oorlog heeft gevolgen tot op de dag van vandaag.

Blijkt echter dat de incidenten in de Golf van Tonkin wellicht nooit plaats gevonden hebben. De schoten zijn wellicht nooit afgevuurd. En zelfs als ze wel afgevuurd zouden zijn, had een dergelijke aanval geen militaire betekenis. De Vietnam-gruwel werd gebouwd op de fundamenten van een leugen.

Debat woedt nog steeds hevig over de wortels van Wereldoorlog II en Korea. Zo zou Roosevelt geweten hebben dat Japan Pearl Harbor zou aanvallen en heeft hij het toch laten gebeuren, en zou Zuid-Korea Noord-Korea eerst aangevallen hebben, en niet andersom. Bewijzen ontbreken echter nog.

Vandaag moeten we ook de leugens van de Bush-administratie aan het lijstje toevoegen. De VS trokken Irak in 2003 niet binnen omwille van vermeende massavernietigingswapens of omdat Saddam Hussayn betrokken zou zijn bij de aanslagen van 9/11. De Amerikaanse regering wist wel beter. Toch werden deze verhalen als dekmantel gebruikt om ten oorlog te trekken.

Deze leugens hebben – indien waar – ongetwijfeld bijgedragen tot de uitbarsting van deze oorlogen. Er zullen echter ook nog andere oorzaken aan de basis liggen, waar in dit artikel geen aandacht aan geschonken wordt. Dergelijke basic artikels zijn te promoten omdat ze vragen oproepen en de lezer aanmoedigen kritischer te denken en zelf meer informatie opzoeken. Toch mis ik nog iets in de redevoering.

* Bijkomende opmerking (zoals Egon mij terecht tipte, bedankt!): de aanvallen in de Golf van Tonkin gebeurden op één schip op twee verschillende dagen. De eerste aanval werd bewezen, de tweede niet. De goedkeuring voor Amerikaanse interventie kwam er echter op basis van die tweede aanval. De auteur is hier niet geheel duidelijk over.

Wasserman, H. (2005): Four Bloody Lies of War, From Havana 1898 to Baghdad 2003. In: Colombus Free Press, 8 mei 2005.
Beschikbaar op http://freepress.org/columns/display/7/2005/1123
Meer over de auteur op http://www.harveywasserman.com/

Ann-Kathleen de Sagher

woensdag 26 december 2007

The Fog of War


Egon Gussé
26/12/2007


In mijn vorige post heb ik het gehad over hoe de oorlogsbereidheid van een natie voor een conflict op basis van non-informatie kan zorgen. Nu wil ik nog een stapje verder gaan en via een beeldfragment tonen hoe de druk van de publieke opinie eveneens voor overhaaste beslissingen kan zorgen, althans volgens Robert S. McNamara. Daarnaast toont het fragment hoe de publieke opinie ervoor heeft gezorgd dat de overheid het volk makkelijk voor een oorlog kon "prepareren" ("we have to educate the people").


Deze post is gebaseerd op een fragment uit de bekroonde documentaire "The Fog of War". De film draait rond het leven van Robert S. McNamara, jarenlang een machtige speler in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij heeft zo wat elke hoge functie in de politieke arena vervuld: tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij nog als officier, gedurende de Cubacrisis en de escalatie van de Vietnamoorlog was hij minister van Defensie en later werd hij hoofd van de Wereldbank. Tijdens het draaien van de film was hij 87 jaar, maar hij kijkt nog steeds even helder van geest op zijn manier gewetensvol terug op zijn veelbewogen politieke leven.

De documentaire "The Fog of War" heeft als ondertitel "The Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara"en werd geregisseerd door de geronommeerde cineast Erol Morris. De film is opgebouwd uit een selectie van meer dan 20 uur aan interviews die Morris had met Robert McNamara, afgewisseld met historische beelden. "The Fog of War" won in 2004 de Oscar voor Beste Documentaire (http://www.filmfocus.nl/films/11441-The-Fog-of-War.html).

Ik wil me nog verontschuldigen voor het probleem met de klank, blijkbaar is er bij het inladen iets verkeerd gelopen. Wie de volledige documentaire wil zien kan die terugvinden op Google Video.





Dit fragment situeert zich na de moord op president Kennedy. Lyndon B. Johnson is net aan de macht gekomen en McNamara is op dat moment Minister van Defensie. De twee hadden voorheen al meningsverschillen gehad maar nu worden ze verplicht om samen een oplossing te zoeken voor het escalerend conflict in Vietnam. Eigenlijk weten ze niet goed wat er nu net aan de hand is in Vietnam en zouden ze liever niet ingrijpen ("You can have more war or more appeasement. But we don't want more of either."). Maar Johnson vindt tegelijkertijd dat het Vietnamese volk steun verdient. Zijn tweestrijd wordt nog versterkt door de kritiek die hij van alle kanten krijgt en de publieke opinie die hem de kop van jut maakt. Het Amerikaanse volk vindt hem een lafaard omdat hij niet lijkt in te grijpen en zijn politieke tegenstanders verwijten hem dat hij het conflict in Vietnam onder de mat probeert te schuiven. McNamara en Johnson beseffen dat Vietnam een al te heet hangijzer wordt en proberen iedereen te vriend te houden. De impasse is compleet totdat er iets onverwachts gebeurt: in de Golf van Tonkin wordt de destroyer Maddox door Noord-Vietnamese torpedo's aangevallen. Deze aanval leidt uiteindelijk tot de Amerikaanse interventie in Vietnam.


Wat we uit deze fragmenten moeten onthouden is de delicate evenwichtsoefening van Johnson wat zijn buitenlandse politiek betreft. Aan de ene kant loopt hij het gevaar als een lafaard afgeschilderd te worden (bv. na de eerste aanval op de Maddox), aan de andere kant kan een ondoordacht optreden hem het predicaat van oorlogsstoker opleveren. McNamara legt de verantwoordelijkheid van Johnsons optreden dus in de handen van de publieke opinie. Het spreekt uiteraard niet volledig in het voordeel van Johnson dat hij zich daardoor heeft laten leiden. Hij heeft misschien gedaan wat het volk hem vroeg, maar het getuigt van een zwakke ruggengraat om zomaar voor het volk door de knieën te gaan.

Ik ben echter van mening dat McNamara (deels) een loopje met de werkelijkheid neemt. Hoe aimabel en betrouwbaar hij zich in de documentaire ook voordoet, we kunnen er niet om heen dat hij ooit één van de machtigste mensen ter wereld was. Wanneer hij in de film over de Cuba-crisis praat, wordt duidelijk dat hij een hardliner was. Zo wil hij ons nog altijd doen geloven dat Fidel Castro bereid was nucleaire wapens in te zetten en dat het niet veel had gescheeld of de hel was losgebarsten. Recent historisch onderzoek heeft deze beweringen al meermaals weerlegd (cfr. E. Hobsbawm, Een eeuw van uitersten, 1995). De Cuba-crisis was inderdaad een harde confrontatie, maar beide partijen wisten heel goed dat het enkel om blufpoker ging. Niemand was van plan om de nucleaire wapens daadwerkelijk in te zetten. Deze confrontatie was voor de V.S. natuurlijk wel handig om te gebruiken in hun anti-communistische discours: het was alweer een bewijs van de Russische/Cubaanse waanzin en de rede van de V.S.

Volgens mij doet McNamara in dit fragment iets soortgelijks. Hij laat uitschijnen dat Johnson niet anders kon dan ingrijpen omdat het de wil van het volk was. Persoonlijk had hij liever niet ingegrepen en de delicate machtsbalans gelaten voor wat ze was. Wanneer de druk uiteindelijk toeneemt beslist hij om er aan toe te geven en om via een uitgekiend discours er een gerechtvaardigde oorlog van te maken ("a war for the hearts and the minds of the South Vietnamese people"). We kunnen ons afvragen of McNamara wel het volledige verhaal vertelt. Hij zegt ons bijvoorbeeld niet hoe het komt dat het Amerikaanse volk sancties tegen Vietnam eiste, hij vertelt ook niet welke hetze tegen het oprukkende communisme (het Domino-effect) aan de gang was en wie daar verantwoordelijk voor was. Uiteraard kan ik dit alles hier niet hard maken maar volgens mij kan de rol van de clan rond Kennedy en Johnson moeilijk onderschat worden. McNamara wijst er enkel fijntjes op dat het zijn politieke tegenstanders waren die het volk ophitsten en de president tot zijn toch wel noodlottige beslissing dwongen. Slim natuurlijk, hij schuift de waanzin van de Vietnam-oorlog zo in de schoenen van zijn toenmalige tegenstanders en hij gaat zelfs zo ver dat hij ook het volk een deel van de schuld geeft.

Hetzelfde doet hij met de gebeurtenissen in de Golf van Tonkin. Volgens hem geloofde Johnson oprecht dat de Maddox twee keer was aangevallen. De conversaties lijken hem zelfs gelijk te geven; de Maddox bevestigt immers (op een nogal knullige manier) de aanval van vier augustus ("no doubt about that, I think"). Johnson wordt dus bijna als een slachtoffer van desinformatie gezien. Meer zelfs: de Tonkin Gulf Resolution wordt zo bijna als een ongelukje beschouwd. Stel u voor: Johnson krijgt zomaar de autoriteit om de V.S. in een oorlog met Vietnam te betrekken, en dat alles zonder dat het eigenlijk zijn bedoeling was. Behoorlijk vreemd toch? Volgens mij is dit ongeveer dezelfde situatie als in 2003 (cfr. Curveball). Het is opnieuw de oorlogsbereidheid van een natie waarvan de bevolking met propaganda is bestookt, die het de leiders mogelijk maakt om zich op basis van hele of halve leugens in een conflict te mengen. Daardoor kreeg Johnson de mogelijkheid zichzelf als een sterke leider voor te doen en tegelijk gewoon zijn eigen wil door te drijven. Trouwens, de aanval op de Maddox was misschien niet zo lukraak als McNamara hem voordoet. Het was niet zo dat het schip gewoon voor de kust van Vietnam lag. Integendeel, het voerde een agressieve spionagecampagne uit in samenwerking met de marine van Laos en Zuid-Vietnam (http://www.fair.org/index.php?page=2261). Dat de Noord-Vietnamezen zich in die context verdedigden, kan dus bezwaarlijk als een laffe daad worden gezien.

Op een bepaald moment zegt McNamara "we see what we want to believe" en daar heeft hij absoluut gelijk in. Wat hij er niet bij vertelt is dat hij in die tijd mee bepaalde wat er werd gezien. Zelfs in een ontluisterende en integere documentaire als deze is een poging tot manipulatie dus niet ver weg.

Curveball


Egon Gussé
26/12/2007


"Onderzoeksjournalist Bob Drogin vertelt het verhaal van Curveball, de Irakees die Washington op het verkeerde been zette:Straffer nog dan de 'aluminium buizen' en het 'uranium uit Niger' was het verhaal van de mobiele laboratoria in Irak waar biologische wapens werden geproduceerd. Voor de regering-Bush was dat in 2003 voldoende bewijs om Irak binnen te vallen. Maar de informatie bleek afkomstig van een fantast en dronkelap. 'De grootste mislukking van de Amerikaanse inlichtingendiensten', zegt onderzoeksjournalist Bob Drogin, die een boek schreef over de Irakees met de codenaam Curveball." (A. Erkul, De Morgen, 22/10/2007)

Dit is het eerste deel van mijn "drieluik" over leugens en manipulatie. Michael Parenti sluit zijn lezing met een rake oneliner af. Na een ?scheldtirade? aan het adres van de - volgens hem - imperialistische Amerikaanse regering, stelt hij zijn publiek gerust met de woorden ?reality is radical?. Volgens hem spreekt dit in het voordeel van de critici. Wie, zoals de Amerikaanse overheid, leugens produceert zal die steeds moeten verdoezelen. Door de omvang van de leugens is het echter zo goed als onmogelijk om ze verborgen te houden. Hoezeer je het discours ook beheerst, wanneer het niet strookt met de realiteit wordt de massa sowieso kritisch. Critici krijgen daardoor het wapen van de realiteit aan hun zijde. Dit wordt treffend geïllustreerd in een fragment uit een artikel over Amerikaanse deserteurs in Canada:

"Philip (Mc Dowell) is universitair geschoold, sergeant van het 1ste cavalerie, een kei in communicatie. Hij is een modelrekruut, die na 11 september gezworen heeft zijn land te dienen. Hij neemt dienst in het leger na zijn studie in oktober 2002 en komt terecht in Fort Benning, in Georgia. In die tijd hebben de legeroversten het maar over één ding: Irak. "Ik geloofde ze", zegt Phil. "Waren er massavernietigingswapens? Dan moesten we erheen." Eenmaal ter plaatse, in een kamp ten noorden van Bagdad, beginnen de vragen. "Na een jaar waren er nog altijd geen massavernietigingswapens, maar ik bleef denken dat we ze wel zouden vinden. Maar toen kwamen ze met een ander verhaal: wij waren in Irak om 'de Irakezen te bevrijden'. Naar wapens werd niet meer gezocht." (P. Boulet-Gercourt, De Morgen, 8/12/2007)

Wanneer Mc Dowell na zijn diensttijd terug opgeroepen wordt besluit hij dat de maat vol is. Hij vlucht naar Canada en wacht daar nu betere tijden af.

Het is behoorlijk cynisch dat Mc Dowells situatie deels het gevolg is van de leugens van een labiele persoonlijkheid als Ahmed Hassan Mohammed, beter bekend als "Curveball". Deze Iraakse opportunist arriveerde in 1999 als vluchteling in Duitsland. In die periode waren de Duitse autoriteiten onverbiddelijk bij het toekennen van verblijfsvergunningen. Ahmed wist dus dat hij enkel toegelaten zou worden indien hij gegronde redenen voor zijn vlucht had. Daarom besloot hij hoog spel te spelen: vanaf de eerste gesprekken trok hij alle registers open en vertelde hij honderduit over zaken die staatsgeheim zouden moeten zijn. Voor zijn ondervragers was dit uiteraard een complete verrassing. Normaal waren zij al lang tevreden met antwoorden op simpele vragen over het land. Ahmed vertelde daarentegen over zijn verleden bij de Militaire Industriële Commissie en het Centrum voor Chemische Technologie en Ontwikkeling, twee notoire Iraakse instellingen. Hij blies zijn ondervragers werkelijk omver met allerlei details. Zijn spectaculaire onthullingen over de productie van chemische en biologische wapens zorgden ervoor dat de Duitsers er het Amerikaanse DIA (= Defense Intelligence Agency) bijhaalden. Deze waren natuurlijk zeer nieuwsgierig naar de informatie die de man hen kon verschaffen en wilden hem verder verhoren. Van dan af kreeg Ahmed de codenaam "Curveball". Achteraf gezien was dit behoorlijk ironisch, "to throw someone a curve ball" betekent immers zoveel als "iemand op het verkeerde been zetten".
Omdat Curveball Amerikanen haatte, kreeg de DIA nooit de kans om met hem te praten. Daarom verliepen de correspondentie en ondervragingen steeds (!) via de Duitse autoriteiten. In de periode 2000-2001 toonde Curveball zich van zijn meest ijverige kant: zijn verklaringen vormden stof voor maar liefst 100 rapporten. De Amerikanen twijfelden echter aan zijn geloofwaardigheid want niets wees op dat moment op de productie van massavernietigingswapens in Irak.
Na 9/11 slaat de sfeer echter volledig om en opeens verdwijnt de scepsis rond de verklaringen. Wanneer de oorlogsbereidheid in het najaar van 2002 verder toeneemt, is het hek helemaal van de dam. Opeens wordt Curveball een waar godsgeschenk. Na jarenlang tevergeefs zoeken naar massavernietigingswapens bood een "rechtstreeks betrokkene" de bewijzen nu op een gouden schaaltje aan. Curveball verwerft zelfs enige faam wanneer Bush in zijn State of the Union (januari 2003) en Colin Powell in de Veiligheidsraad (februari 2003) naar hem verwijzen. U herinnert zich misschien nog de beelden van Powell die op wazige foto's allerlei mobiele laboratoria meende waar te nemen. Toch was de VN niet onder de indruk van het Amerikaanse bewijsmateriaal. Het resultaat is genoegzaam bekend: de VN weigerde mee te stappen in een oorlog, waarna de VS en hun coalitie op eigen houtje ten oorlog trokken.
Het verhaal van Curveball deed echter menig wenkbrauwen fronsen. Al in 2004 besloot de onderzoeksjournalist Drogin om achter de informant aan te gaan. Ook de Iraq Survey Group, een onderzoeksgroep die de wapens in Irak moest opsporen kwam in 2005 tot de vaststelling dat Curveballs beweringen pure nonsens waren. Wat Curveball als mobiele laboratoria bestempelde bleken toebehoren voor de lancering van weerballonnen te zijn en de collega's waarover hij sprak ontkenden dat ze contact met hem hadden gehad. Stilaan werd duidelijk dat Curveball niet meer dan een charlatan was: de laatste van de klas, een ex-bajesklant en een ex-taxichauffeur. Deze bedrieger had de Amerikanen dus groen licht gegeven voor een interventie.
Of moeten we het anders zeggen: hebben de V.S. niet gewoon bij hem groen licht gezocht? Ze hebben namelijk nooit rechtstreeks contact met Curveball gehad en ook de rapporten waarop ze zich baseerden waren van bedenkelijke kwaliteit. Ze waren opgesteld in een mengelmoes van Arabisch, Engels en Duits en werden achteraf door de Duitsers naar het Engels vertaald. Bovendien waren de schetsen van Curveball bijzonder rudimentair. Niettemin verwerkte de DIA ze in gedetailleerde beelden waarna ze er satellietfoto's van namen. Dit resulteerde in beelden waar je om het even wat kon uit opmaken. Daarnaast hadden de Duitsers meermaals benadrukt dat de verhalen afkomstig waren van een psychologisch labiel iemand die met een behoorlijk drankprobleem af te rekenen had. De leugens kwamen dan misschien uit de koker van Curveball, de manier waarop de Amerikaanse inlichtingendiensten er mee omsprongen was niet bepaald koosjer.

We zijn nu enkele jaren verder en uit alles wat we horen kunnen we opmaken dat Irak ruim vier jaar na de invasie nog steeds een totale chaos is. Ook de V.S. is niet zonder kleerscheuren uit het conflict gekomen. Curveball daarentegen zit veilig en wel in Duitsland. Daar leidt hij een gemoedelijk leven binnen een beschermingsprogramma dat hem en zijn familie in hun levensonderhoud voorziet.